Het is tijd de zorg los te breken uit het systeem waarin het gevangen zit.

Gepubliceerd op
Leestijd 4 minuten

Prinsjesdag is geweest, het zorgakkoord is gepresenteerd en ook alle artikelen en columns over wat daar goed en slecht aan is, zijn al voorbij gekomen. Gelukkig is het belangrijkste nog niet aan bod geweest. Dus schuif dat zorgakkoord, die artikelen en die columns maar van tafel. Het enige wat nu van belang is, is dit: de zorg zit gevangen in zijn eigen systeem en zolang dat zo is, gaat er niks veranderen. Hoe dat zit? Lees vooral verder.

Zorgorganisaties werken met systemen om hun geld en mensen te regelen. 
Het rooster, de dossiers, alles zit daarin. Die systemen komen van organisaties die daar flink geld aan verdienen en met contracten werken voor extreem lange periodes, vaak voor tien jaar. Die organisaties van die systemen bepalen in welke mate hun systeem ‘intra-operabel’ is, zoals dat heet. In gewone taal: hoe makkelijk dat systeem te koppelen is met andere systemen. Zij bepalen dus ook in hoeverre een zorgorganisatie in staat is gebruik te maken van allerlei innovatieve netwerken en organisaties die met nieuwere, vaak slimmere systemen werken.

Dat koppelen gaat vaak heel beperkt of helemaal niet.
Gevolg: er zijn allerlei oplossingen in de vorm van mensen en technologie die de zorg kunnen helpen slimmer én beter te werken. Maar technisch gezien is het voor zorgorganisaties te ingewikkeld om daar iets mee te doen. En niet alleen de techniek zit in de weg. Ook de cultuur bij die zorgorganisaties werkt niet mee. Want hoe denk je dat mensen reageren als ze niet technisch of digitaal zijn opgeleid en al tientallen jaren met hetzelfde systeem werken? En hoe denk je dat die mensen staan tegenover het leren werken met andere systemen als ze sowieso, en terecht overigens, vinden dat ze nu al te veel tijd aan hun administratie besteden en te weinig aan hun cliënten?

Een voorbeeld.
Wij bij Dytter hebben een platform waarmee we zzp’ers en straks ook vrijwilligers in de zorg kunnen geven wat ze zo graag willen: meer zeggenschap over waar en wanneer ze werken. Daarmee pakken we de belangrijkste oorzaak van het personeelstekort aan. Zorgorganisaties kunnen met Dytter leren werken en profiteren van de voordelen daarvan. Maar ja, Dytter kan nooit helemaal geïntegreerd worden met het eerder genoemde systeem waar zo’n zorgorganisatie aan vastzit. 

Nog een voorbeeld.
Een groep zorgvrijwilligers verenigt zich in een collectief en gebruikt daarvoor een eigen, simpel administratiesysteem. Ze bieden broodnodige zorg en omdat het vrijwilligers zijn die het geen probleem vinden een kwartiertje langer te blijven dan nodig, kunnen ze nog een kletspraatje maken met hun cliënten ook - precies waar veel zorgmedewerkers geen tijd meer voor hebben tegenwoordig.

"Zorgverleners accepteren niet dat ze geen tijd meer hebben om een praatje te maken met de mensen waarvoor ze zorgen."

André, de bedenker en oprichter van Dytter

Maar helaas: het systeem waarmee een zorgorganisatie werkt is niet te koppelen aan het systeem van dat vrijwilligerscollectief. En dus wordt een samenwerking onnodig ingewikkeld en duur. Zonde, want die vrijwilligers staan klaar om ouderen te helpen hun steunkousen aan te trekken en thee met ze te drinken. Wat voor die systemen van zorgorganisaties geldt, geldt ook voor de manier waarop de zorg als geheel is georganiseerd. In Nederland hebben we de zorg al heel lang op dezelfde manier geregeld en wie binnen die zorg iets wil doen moet al heel lang dezelfde routes bewandelen. Nieuwe partijen, stichtingen, netwerken, collectieven of platforms die net ietsje anders werken dan traditionele partijen, krijgen daardoor nauwelijks kans. Zonde, want veel van de innovatie die zij met zich meebrengen, houden we daardoor buiten de deur.

Het gevolg? De zorg zit muurvast.
Terwijl de noodzaak nog nooit zo groot was die zorg los te weken en open te stellen voor fundamentele oplossingen. Want even voor de duidelijkheid: zorgverleners accepteren niet dat ze 9% minder verdienen dan mensen in het bedrijfsleven. En terecht. Zorgverleners accepteren niet dat ze nauwelijks zeggenschap hebben over waar en wanneer ze werken. En terecht. Zorgverleners accepteren niet dat ze geen tijd meer hebben om een praatje te maken met de mensen waarvoor ze zorgen. En terecht. Volstrekt logisch dus dat de zorg een personeelstekort kent. Tegelijkertijd verwachten we dat straks 25% van de Nederlandse beroepsbevolking staat te springen om in die sector aan de slag te gaan - ja, zoveel mensen zijn er straks nodig om genoeg zorg te kunnen leveren als we zo doorgaan.

Iedereen die kan nadenken snapt dat dat niet gaat gebeuren.
Dus heb ik een boodschap aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, op dit moment Ernst Kuijper: het is tijd om ervoor te zorgen dat de zorg zich open kan stellen voor alle platformen, netwerken en collectieven die als paddestoelen uit de grond schieten en in staat zijn het zorgtekort bij de wortel aan te pakken. Te beginnen bij ‘laagcomplexe zorg’, denk aan die eerder genoemde steunkousen en kletspraatjes met thee. Zelf zei je al dat het zorgakkoord een tussenakkoord is. Mooi. Ik zou zeggen, zorg ervoor dat je dit in je definitieve akkoord zet, dan voorkom je dat we het de komende tien jaar tijdens
Prinsjesdag elke keer weer over dezelfde problemen hebben.

Blijf op de hoogte van de revolutie.
Wil jij als eerste de volgende column uit de reeks "Operatie Nieuw Welzijn" lezen en ieder kwartaal een mail ontvangen met de nieuwste column? Laat je gegevens achter via onderstaand formulier en kies voor zorgorganisaties.